Bonsai stekken heeft een voordeel dat het vrij snel gaat om er een mooie stek uit te laten groeien. Leuk is om zelf bonsai te kweken uit een stek. Veel planten laten zich door stekken vermeerderen. De stek is een deeltje van de “moeder-plant” dat los ervan een eigen leven gaat leiden. Al de genetische kenmerken blijven aanwezig. We kennen dus op voorhand de eigenschappen van de nieuwe plant. Zelf stekken is vrij goedkoop, het is ook een leuke manier om ervaring op te doen met het kweken van eigen bonsai vanaf het begin van de jonge kweekplant. Het vergt wel enig geduld daar men niet gelijk de resultaten ziet. Ook kan het resultaat wel eens tegenvallen.

Bonsai stekken

Er zijn een aantal goede soorten planten geschikt om zelf een bonsai uit te kweken zoals de Jeneverbessen, Esdoorn, Iepensoorten, Japanse Ceders en de hinokicipres zijn goede soorten. Kersen, Beuken, Dennen en Lariksen zijn wat moeilijker en vereisen meer ervaring. Over het algemeen is het beste om stekken te nemen die het formaat van een lucifer hebben. Gebruik van goed schoongemaakt gereedschap is aan te raden. Ook is de tijd van het jaar voor stekken belangrijk om rekening mee te houden. Zomerscheuten zijn de stekken van groeiende of volgroeide stekken van zachte toppen. De tijd voor houtachtige stekken van groenblijvende heesters is eind van de zomer of begin van de herfst. Ook dit zijn nog zomerstekken. Winterstekken zijn de houtachtige stekken van de bladverliezende bomen en heesters die in de winter worden afgenomen.

Snijden van stekken

Als voorbeeld het kweken van verhoute twijgen. Een ent heeft minstens drie ogen. Knip de Bonsai-Stekken bovenaan af, iets boven een knop. Een knop is de plek waar een nieuw blad uitkomt. De wond kan om uitdrogen tegen te gaan met ent-balsem afgedekt worden. Hierdoor is er ook geen vergissing mogelijk wat nu de boven- of onderkant is van klaargemaakte stekken. Dit is bij het bonsai stekken heel belangrijk. Onderaan de Bonsai-Stekken schuin afsnijden onder een knop met een scherpe schaar. Op deze manier ontstaat een groter groei oppervlak voor de jonge wortels. Zorg voor voldoende stekken, later is er dan meer keuze alleen goed gewortelde stekken over te houden. Sommige plantensoorten wortelen zo gemakkelijk dat er bij elke snoeibeurt stekken van genomen kunnen worden.

Bonsai Stekken

Dit is een voorbeeld van Bonsai Stekken

Stekken verder behandelen

Het kan zomaar zijn dat stekken nooit tot rijpheid komen als er niet op de juiste manier mee wordt omgegaan. Om de kans van slagen groter te maken is het raadzaam de stekken eerst een groei stimulans te geven (groeihormoon in poeder) of even in een vloeibaar product plaatsen (Superthrive of Biogold Vital). De stekken moeten ongeveer 10 cm lang zijn. Verwijder voordat ze in de stekgrond gestoken worden de onderste bladen of naalden tot ongeveer een derde van de totale lengte van de stek. Verwijder tevens aan de onderkant een klein stukje bast. Behandel dit stukje met groeistof en steek de stek in de stekgrond.

Stekgrond

Stekgrond bestaat afhankelijk van de boomsoort uit een mengsel van turf en zand. Plaats de stekken op een beschutte plaats. Zo kan zich callus (wondweefsel) vormen. Van daaruit groeien later de jonge wortels. In deze periode hebben de stekken nog niet voldoende wortels waardoor ze weinig water op kunnen nemen. Om te voorkomen dat ze uitdrogen is het raadzaam over de stekken een plastic folie te spannen of ze onder glas te zetten. Leg om verbranding te voorkomen bv krantenpapier over de glasplaat heen. Besproei de stekken regelmatig. Verstandig is elke dag te luchten.

In de vroege lente de stekken verplaatsen in potjes, in volle grond of in een stekbak (= zoals zaai bak) op voldoende afstand van elkaar.Handig is eerst met een potlood een gaatje in de grond te maken zodat de stek er makkelijk en zonder kleerscheuren in geplaatst kan worden. Grond goed aandrukken en starten met mesten zodra de stekken scheuten hebben gevormd en ze goed groeien. Na de winter kunnen ze worden verplant op een geschikte plek.